1. ZOEKT EN GIJ ZULT VINDEN

‘Zoekt en gij zult vinden’, is een Nederlands gezegde. De meesten van ons zullen het wel kennen. Sommigen vullen het nog weleens (gekscherend) aan met de opmerking: ‘da’s mooi, maar het vertelt me niet waar ik moet zoeken’.

TJA, WAAR MOET JE ZOEKEN?
Laten we eerst eens beginnen met de betekenis van het gezegde. In de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie (E.N.S.I.E.) geven de taalkundigen de volgende twee ‘uitleggingen’ van het gezegde, namelijk:
– Met vlijt en inspanning bereikt men zijn doel
– Als men ergens moeite voor doet, bereikt men zijn doel.
Dat lijkt me duidelijke taal.

Als we willen weten waar we moeten zoeken, is het verstandig eerst terug te gaan naar de oorsprong. In dit geval is die ‘oorsprong’ ene Mattheus. Naar wordt aangenomen, schreef hij rond het jaar 75 het naar hem genoemde Evangelie. In het 7e en 8e vers van hoofdstuk 7 kom je de volgende tekst tegen:

7. Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
8. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

(de bovenstaande verzen zijn afkomstig uit de Statenvertaling)

Mattheus citeerde woorden die Jezus Christus, de Zoon van God, ooit sprak. Laatstgenoemde riep tijdens een toespraak (die ook wel de Bergrede wordt genoemd) de mensen op om het goede te doen (en het verkeerde na te laten). Ze moesten zich niet langer laten leiden door de regels waarop de geestelijk leiders steeds maar hamerden. Jezus moedigde het volk aan om zelf op zoek te gaan naar de waarheid. Hoe? Door in gebed aan God te vragen wat men moest doen. Ze moesten niet alleen bidden, ze moesten zelf ook op zoek naar antwoorden gaan. Waar ze die konden vinden? In Gods Woord (de Bijbel). En als ze er dan nog niet uitkwamen dan moesten ze het nogmaals proberen. Nog doordringender bidden en onderzoeken. Net zolang door gaan dus met kloppen totdat er opengedaan werd. Totdat God hun de weg zou wijzen. Daar draaide het om. Althans, dat is mijn zienswijze, mijn uitleg. Als gelovige moet je geen blinde leidsmannen achterna willen lopen. Je moet zelf actief op zoek gaan naar Gods Waarheid. En dat geldt niet alleen voor gelovigen. Ook voor mensen die niks met Jezus hebben, geldt: onderzoek alle dingen, neem niet alles voor zoete koek aan.

Jezus was de Man waar duizenden mensen naar kwamen luisteren. Hij draaide er niet om heen. Hij bracht een heldere boodschap waar het volk graag naar luisterde. En niet te vergeten, Hij verrichte wonderen die hun weerga niet kenden. Kreupele mensen liet Hij weer lopen, blinden opende Hij de ogen, bezeten mensen verloste Hij van hun kwelgeesten.

En dan waren er ook nog de verhalen over mensen die melaats waren. Die verschrikkelijke ziekte die lichaamsdelen ‘wegvreet’ en die zeer besmettelijk was (en is)…..ieder weldenkend mens in het begin van onze jaartelling ging de melaatsen uit de weg. Ze mochten nog wel de straat op. Maar als ze iemand zagen naderen moesten ze luid schreeuwend aangeven dat ze de gevreesde ziekte hadden. ‘Melaats, melaats’. De gezonde mensen konden dan een veilig heenkomen zoeken. En dat deden ze, heel rap. Want ja, melaatsen wilde je maar wat graag uit de weg gaan. Daar ging je met een grote boog omheen. Je wilde toch niet besmet raken en met hen in het dal der melaatsen moeten wonen? Je wilde toch niet, zoals zij, totaal geïsoleerd leven en (om het heel grof te zeggen) langzaam maar zeker in eenzaamheid wegrotten? Als er een melaatse op je pad kwam die het waagde dichtbij te komen dan pakte je een paar stenen van de straat en gooide die naar hem. Dan ging ‘ie er wel vandoor.

En Jezus? Wat deed Hij in zo’n situatie?
Als er melaatsen naar Hem toekwamen dan week de menigte ver uiteen. Doodsbang als men was om besmet te worden. Maar Hij week niet, Hij bleef staan, strekte Zijn handen uit naar de mismaakte en besmettelijke zieken. Hij raakte hen aan en genas hen. Iemand die zoiets kon doen, moest wel een profeet zijn. Dat was velen wel duidelijk. Er werd zelfs gezegd dat Hij de door God beloofde Messias was, die het Joodse volk zou vrijmaken. Als dat nu eens zo was?! Langzamerhand kwam er weer hoop in de harten van velen. Zou ’t dan eindelijk zo ver zijn? Als Jezus de Messias was dan kon Hij die wrede Romeinen vast en zeker verjagen. Wie blinden de ogen opende, melaatsen beter maakte en zelfs doden weer levend maakte ….die moest toch ook een einde kunnen maken aan die al vele jaren durende Romeinse bezetting?

Wie hoofdstuk 7 van het Evangelie van Johannes leest, zal ontdekken dat er onder de (geestelijk) leiders van het Joodse volk en onder het volk zelf heel wat gepraat werd over de wonderbaarlijke Jezus. Was Hij echt de Messias, de door God beloofde Verlosser? Maar waarom verzette Hij Zich dan tegen de regels die hun voorouders hadden ingevoerd? Wat mankeerde daar aan? Het waren toch regels om bij God in de gunst te komen? Om Hem gunstig te stemmen? Ze hielden zich daar al vele generaties aan.
Maar toch, als ze dan Jezus hoorden praten over die door mensen gemaakte regels….Hij sprak als een Man met autoriteit. Hij was Iemand die wist waar Hij over praatte. Alsof Hij de wetten van de profeet Mozes zelf geschreven had en niets van die andere door mensen bedachte regels moest hebben.

De ‘geestelijke elite’, oftewel de schriftgeleerden, de farizeeërs en de sadduceeërs konden niet tegen Hem op. Ze hielden zichzelf strikt aan de regels van hun voorvaderen. Nou ja, niet altijd natuurlijk. Maar voor het oog van het volk wisten ze precies hoe ze zich moesten gedragen (al ging er in hun hart en gedachten soms iets heel anders rond). Ze keken er strikt op toe dat ook het volk zich aan hun regels hield. Als iemand een gebod had overtreden dan waren ze niet mals. Niks geen genade, zoals Jezus predikte.
Regelmatig beschuldigden ze ook Jezus van het overtreden van de regels. Het genezen van een ernstig zieke op de sabbat, de heilige rustdag? Dat mocht niet. Dat moest tot de volgende dag wachten. Maar Jezus weerlegde het heel eenvoudig door op te merken dat zij, als hun ezel op de sabbat in de put viel, het dier er toch ook direct uithaalden? Waarom mocht Hij dan niet een mens op de sabbat genezen die al jarenlang gebukt ging onder ziekte of verlamming?
Als ze Hem met strikvragen in de val probeerden te lokken, doorzag Hij het altijd. Hij ontmaskerde hen en toonde daarmee aan dat die ‘geestelijke mannen’ lang niet zo oprecht waren als ze zich voordeden. Zoals Jezus tegen ze optrad? Dat durfde eigenlijk niemand. Of? Ja toch wel, Johannes de Doper. Die had zijn mond ook niet gehouden. Hij had, net als Jezus, tegen die heren gezegd dat ze adderengebroed waren. Hij had ze er op gewezen dat ze, net als de tollenaars en het andere volk zondaars waren. Ze waren geen haar beter en moesten zich ook bekeren en zich laten dopen. Ja, Johannes, dat was een echte profeet. Helaas zat hij gevangen. Had hij niet gezegd dat Hij die na hem kwam veel belangrijker was dan hij zelf? Johannes had ook gezegd dat hij niet waardig was om de schoenriem van Diegene te ontbinden (zie: Johannes 1:27). En nu was er dan die Jezus uit Nazareth. De Wonderdoener. Was Jezus de Persoon waar Johannes het over had?

Echt, Jezus komst bracht hoop op betere tijden voor het volk met zich mee. Maar het zorgde ook voor onrust onder het volk. En dat zat de geestelijk leiders niks niet lekker. Er was hun alles aan gelegen om de rust te bewaren. Want onrust en mogelijke opstand kon tot gevolg hebben dat de Romeinse bezetters, die gevreesd waren vanwege hun extreme geweld, keihard zouden ingrijpen. Het volk en haar geestelijke leiders zouden weggevaagd of weggevoerd kunnen worden. Dat moest koste wat kost voorkomen worden. Want in dat geval raakten zij (de geestelijk leiders), hun vooraanstaande posities, privileges en rijkdom kwijt.

Tja, die Jezus uit Nazareth! Eigenlijk was Hij een lastig probleemgeval voor de ‘geestelijke elite’. De Messias kon Hij sowieso niet zijn. Die moest uit Bethlehem voortkomen. Dat had God door de profeet Micha laten weten (zie: Micha 5.1). Maar ja, Jezus deed wel al die wonderen en tekenen. Dat had geen mens ooit eerder gedaan! Daar stond tegenover dat Hij zei dat Hij zonden kon vergeven. En dat kon echt niet! Dat ging echt veel te ver. Iemand zijn zonden vergeven? Dat kwam alleen God toe.
Toen ze naar Jezus toe gingen om te vragen wie Hij was en wie Hem gezonden had, had Hij de brutaliteit gehad om te zeggen dat God Zijn Vader was en dat Hij door God gezonden was. Hoe durfde Hij! Ze hadden Hem proberen te grijpen, ze hadden Hem direct willen doden, vanwege die Godslastering. Ze hadden stenen gepakt om Hem ermee te doden. Maar dat was niet gelukt. Waarom niet eigenlijk? Tja, het was toch wel heel vreemd gelopen. Ze hadden Hem bijna te pakken en zo was Hij zomaar verdwenen. Alsof Hij, terwijl zij met hun stenen dreigden te gooien, zo tussen hen door gelopen was, zonder dat ze Hem konden zien. Hoe had dat ooit kunnen gebeuren? (zie: Johannes 8, vers 54 t/m 59).

Valt u na het lezen van het bovenstaande ook iets op?
Zoekt en gij zult vinden….Jezus riep ertoe op maar de geestelijke elite en het volk gingen niet op zoek. Ze liepen slechts achter Hem aan, konden niet goed bevatten wat er gebeurde en gingen toen zelf van alles invullen:
Jezus kwam uit Galilea, uit Nazareth. Maar de Messias moest uit Bethlehem komen. En daarom kon Jezus de beloofde Messias niet zijn.

Waarom kwam er nou niemand op het idee om Hem gewoon te vragen waar Hij was geboren? Hij zou er niet om gelogen hebben. ‘Bethelem Efratha’, dat zou zijn antwoord geweest zijn. En dan had iedereen geweten dat Hij het wel was. Hun Verlosser.
De vraag werd nooit gesteld. Ze baden niet, ze zochten niet, ze klopten niet. Ze kwamen de waarheid niet te weten. Ze vulden zelf maar wat in. Hij mocht geen zonden vergeven. Hij kon de Zoon van God niet zijn.
Uiteindelijk besloten ze Hem over te leveren aan de Romeinen, opdat die Hem zouden kruisigen. Niet dat ze Hem ergens van konden beschuldigen hoor. Zelfs de wrede Romeinse stadhouder Pontius Pilatus geloofde in Zijn onschuld. Hij schreeuwde tegen het volk: ‘Wat heeft Hij dan voor kwaads gedaan?’ Maar het door de ‘geestelijke elite’ opgehitste volk, schreeuwde aan één stuk door: ‘Laat Hem gekruisigd worden’.
Pilatus zag het zwerk drijven. Als het volk haar zin niet kreeg, dreigde er opstand uit te breken en daar zat hij niet op te wachten. Hij waste ten overstaan van de menigte zijn handen in water en riep tegen het volk: ‘Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige; gij lieden moogt toezien’. Het volk schreeuwde terug: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’ (Mattheus 25:26). Daarop gaf Pilatus het bevel om Jezus te kruisigen.

In het jaar 66 kwam het Joodse volk in opstand tegen de Romeinen. In het jaar 70 veroverde de toenmalige veldheer (en latere Romeinse keizer) Titus Jeruzalem. Hij vernietigde de tempel. Vele inwoners werden op wrede wijze gedood. Degenen die aan de slachtpartij ontkwamen, werden weggevoerd (o.a. als slaven naar de Egyptische mijnen, of naar Rome waar een groot aantal van hen op gruwelijke wijze werd afgeslacht in de arena, ter vermaak van het Romeinse volk).
Werd daarmee bewaarheid wat in het eerdergenoemde Mattheus 25:26 werd geschreeuwd?

Vraagt u zich af waarom ik dit allemaal vertel?

We leven in een tijd waarin allerhande normale dingen niet meer normaal zijn. We hebben -als gevolg van het coronavirus- door de overheid een ‘nieuw normaal’ aangemeten gekregen. Men overspoelt ons dagelijks met berichten over grote aantallen positief geteste mensen, nieuwe varianten van het virus enz, enz. We worden meegezogen in een maalstroom van berichten die ons doen snakken naar een oplossing. We willen niet altijd thuis zitten, we willen weer naar het theater kunnen gaan, of naar het museum, een restaurant of de sportclub. Op vakantie naar het buitenland? Het is (bijna) niet meer mogelijk. Je mag zelfs niet meer of slechts heel beperkt naar je kwetsbare ouders gaan. Is er nog een opa die zijn kleinzoon een knuffel kan geven? En een klein meisje dat haar oma om de hals vliegt? Wanneer mag dat alles weer?

Veel mensen zijn het zat, willen hun vrijheid terug. Ze willen terug naar het oude normaal. Ze kijken bijna verlangend uit naar het verlossende vaccin. Maar is dat vaccin werkelijk de oplossing om terug te kunnen keren naar de oude situatie? Brengt dat vaccin werkelijk datgene waar we op hopen?

Het vaccineren is nog niet begonnen of er gaat alweer een nieuwe variant van het virus rond. Een vele malen besmettelijker versie.
Volgt er na de huidige lockdown direct weer een nieuwe lockdown om die nieuwe variant in te perken? Moeten we opnieuw maandenlang in beperking leven en maar wachten op een volgend verlossend vaccin?
Blijven de terrassen en restaurants nog langer gesloten?
Als de middenstand opnieuw maandenlang geen inkomsten heeft, wat blijft er dan van die middenstand over? Zijn er dan straks nog wel terrassen en restaurants?
Uitstapjes? Met vrienden er op uitgaan? Buitenlandse reizen? Zal het er ooit nog van komen?
Of krijgen we straks een nog nieuwer dan het huidige nieuwe normaal?
Een normaal met nog meer beperkingen?

Mag ik u iets aanraden?
Bidt, en u zal gegeven worden;
zoekt, en gij zult vinden;
klopt, en u zal opengedaan worden.

De voorbije maanden heb ik die dingen veelvuldig gedaan en kwam daardoor veel aan de weet. Soms heel schokkende dingen. Maar door te blijven bidden, zoeken en kloppen, kreeg ik ook de rust om alles te kunnen verwerken en op een rijtje te zetten.

Bladeren door ‘Omzien in een omgekeerde wereld’
Introductie & inhoudsopgave | Inleiding | 1. Zoekt en gij zult vinden | 2. Egyptische heelmeesters | 3. Hedendaagse medicijnmakers | 4. Nieuwsflitsen! | 5. In het begin | 6. Nieuwe nieuwsflitsen | 7. Meesterwerk!